Bekijk hieronder alle data
Vorst Nationaal verwelkomt Béjart Ballet Lausanne met een uitzonderlijk jubileumprogramma
2027 wordt zonder twijfel het jaar van Maurice Béjart, gedragen door een uitzonderlijk dubbel jubileum: volgend jaar is het namelijk exact 100 jaar sinds zijn geboorte op 1 januari 1927 in Marseille én 40 jaar sinds de oprichting van het Béjart Ballet Lausanne. Ter gelegenheid daarvan brengt het gezelschap een groots eerbetoon aan zijn oprichter met een internationale tournee waarin de belangrijkste werken uit het repertoire opnieuw worden opgevoerd. Doel daarvan is te onderstrepen dat zijn nalatenschap vandaag nog altijd springlevend, universeel en invloedrijk is — een erfgoed dat aan de basis ligt van een hele generatie choreografen en kunstenaars, die tot op vandaag worden geïnspireerd door zijn durf, zijn vrijheid en zijn visionaire kracht.
Boléro (1961)
Het programma opent met Boléro, een van Béjarts meest herkenbare choreografieën op de muziek van Maurice Ravel dat in première ging in 1961 in De Koninklijke Muntschouwburg te Brussel. Met een ogenschijnlijk eenvoudige maar hypnotiserende opbouw groeit het stuk uit tot een intense en collectieve ervaring, waarbij ritme en herhaling centraal staan.
Maurice Béjart beschrijft zijn visie op het werk van Ravel als volgt: “Muziek die al te bekend is en toch altijd nieuw blijft dankzij haar eenvoud. Een melodie – van oosterse en niet Spaanse oorsprong – kronkelt eindeloos rond zichzelf, neemt toe in volume en intensiteit, verslindt de sonische ruimte en slokt uiteindelijk de melodie zelf op.”
Zonder dit ballet verder te willen beschrijven – het spreekt immers voor zich – valt op dat Maurice Béjart, in een sterk andere stijl, aansluit bij de geest van Le Sacre du Printemps. In tegenstelling tot de meeste choreografen die Boléro voor hem hebben uitgewerkt, verwerpt hij elk uiterlijk pittoresk effect om uitsluitend – maar met welke kracht – het essentiële uit te drukken. Maurice Béjart geeft de centrale rol – de Melodie – afwisselend aan een danseres of een danser. Het Ritme wordt vertolkt door een groep dansers.
Le Sacre du Printemps (1959)
Het programma opent met Boléro, een van Béjarts meest herkenbare choreografieën op de muziek van Maurice Ravel dat in première ging in 1961 in De Koninklijke Muntschouwburg te Brussel. Met een ogenschijnlijk eenvoudige maar hypnotiserende opbouw groeit het stuk uit tot een intense en collectieve ervaring, waarbij ritme en herhaling centraal staan.
Maurice Béjart beschrijft zijn visie op het werk van Ravel als volgt: “Muziek die al te bekend is en toch altijd nieuw blijft dankzij haar eenvoud. Een melodie – van oosterse en niet Spaanse oorsprong – kronkelt eindeloos rond zichzelf, neemt toe in volume en intensiteit, verslindt de sonische ruimte en slokt uiteindelijk de melodie zelf op.”
Zonder dit ballet verder te willen beschrijven – het spreekt immers voor zich – valt op dat Maurice Béjart, in een sterk andere stijl, aansluit bij de geest van Le Sacre du Printemps. In tegenstelling tot de meeste choreografen die Boléro voor hem hebben uitgewerkt, verwerpt hij elk uiterlijk pittoresk effect om uitsluitend – maar met welke kracht – het essentiële uit te drukken. Maurice Béjart geeft de centrale rol – de Melodie – afwisselend aan een danseres of een danser. Het Ritme wordt vertolkt door een groep dansers.
L’Oiseau de Feu (1970)
Tot slot staat ook L’Oiseau de Feu op het programma, eveneens op muziek van Stravinsky, dat in première ging in 1970 in het Palais Des Sports te Parijs. In deze abstracte en expressieve creatie benadrukt Béjart zowel de Russische roots als het revolutionaire karakter van de componist, met een choreografie die breekt met traditionele narratieven en focust op pure emotie en muzikale kracht.
Met deze terugkeer naar Brussel en Vorst Nationaal brengt het Béjart Ballet Lausanne een eerbetoon aan zijn oprichter én aan de stad die een fundamentele rol speelde in zijn artistieke nalatenschap.
Volg Ons